Medewerkers aan het woord: “Op een dag vind je de job van je leven” – Mona en Lotte
Vraag een verpleegkundige in opleiding naar haar droomafdeling en de kans is klein dat ‘geriatrie’ als eerste uit de bus komt. Maar dat is onterecht, vinden stagiaire Mona Van Loo en verpleegkundige Lotte Willems. Wij gingen langs voor een gesprek.
Mona zit in haar eerste jaar basisverpleegkunde. Haar vorige stage liep ze in een woonzorgcentrum. Nu heeft ze bijna 6 weken stage achter de rug op de afdeling geriatrie van het HeiligHartziekenhuis.
Mona: “Geriatrie, dat is vooral ouderen wassen, zo dacht ik eerst. Maar dat beeld klopt totaal niet. Er is hier zo veel afwisseling! Je werkt met patiënten met uiteenlopende pathologieën en je doet veel verschillende handelingen en technieken. Wondzorg en aandacht voor allergieën bijvoorbeeld zijn hier heel belangrijk. Ook is er veel ruimte voor klinisch redeneren. Dat maakt het werk echt boeiend.”
Van heupfractuur tot dementie
De eerste stagedag was pittig. “Er kwam heel veel op me af en ik dacht: hoe ga ik die zes weken volhouden?”, lacht Mona. “Maar ik heb enorm veel bijgeleerd en vind het keileuk. Bovendien is de begeleiding top.”
Die goede begeleiding heet, in dit geval, Lotte Willems. Lotte is stagementor en werkt al negen jaar op geriatrie. Een bewuste keuze. “De geriatrische zorgvraag spreekt mij erg aan en de variatie is inderdaad groot. We zorgen zowel voor patiënten die een heupoperatie achter de rug hebben als mensen met dementie. De technieken variëren van wondzorg tot blaas- en maagsondes en bloednames. Geen enkele dag is hetzelfde.”
Hoe Lotte haar mentorrol invult? Pragmatisch en warm tegelijk. “De eerste dag geef ik een rondleiding en leg ik de gang van zaken uit. Daarna begeleid ik de studenten doorheen hun traject en moedig ik hen aan om dat zelf mee in handen te nemen. Ik vraag ook regelmatig: wat zou je nog willen leren of inoefenen?” Want zelf initiatief nemen, dat is volgens Lotte cruciaal. “Als eerstejaars mag ik al veel dingen doen maar ook nog veel niét”, vult Mona aan. “In dat geval mag ik wel altijd meekijken. Zo steek ik ook veel op.”
Volwaardig meedraaien in het team
Of ze de sfeer op de afdeling eens kan beschrijven? Mona hoeft niet lang na te denken. “Het is een hecht team. Iedereen is goed ingespeeld op elkaar en collega’s helpen mekaar. Tussendoor is er tijd voor een babbeltje of een grapje, behalve op dagen dat het écht heel druk is.” Lotte knikt. “Klopt, maar dat proberen we niet te laten merken aan onze patiënten. Als een patiënt extra aandacht nodig heeft of vraagt om aan de lavabo verzorgd te worden, wat meer werk en tijd vraagt, zeg ik: ‘natuurlijk, ik heb alle tijd, doe maar op uw gemak.’ Goede zorg leveren is superbelangrijk. En dat zit ‘m ook in kleine dingen, in extra aandacht.”
Mona heeft het gevoel dat ze volwaardig kan meedraaien in het team. “Ook al doe ik mijn uiterste best om geen foutjes te maken, het gebeurt soms dat iets nog niet perfect loopt. Dan kan ik dat gewoon zeggen. De verpleegkundige toont me dan hoe ik het beter kan aanpakken. Ik mag altijd alles vragen. Briefings en patiëntbesprekingen bijwonen, vind ik ook leerrijk. Dat zijn de boeiendste dagen: als ik weer iets nieuws ontdekt of geleerd heb.”
Dicht bij elkaar en bij de patiënt
Zelfs een doorgewinterde verpleegkundige als Lotte vindt dat ze altijd nog kan bijleren en groeien. “We krijgen kansen om opleidingen te volgen en dat waardeer ik. Destijds ben ik hier gestart omdat het dichtbij is vanwaar ik woon. Maar vandaag blijf ik vooral voor de afdeling en het team. We zijn geen megagroot ziekenhuis. Dat maakt dat we dicht bij elkaar en bij de patiënt staan. Na het secundair onderwijs ben ik toevallig in de verpleegkunde gerold, want eigenlijk wilde ik kleuterjuf worden. Nog elke dag ben ik blij met mijn keuze. En mét de keuze voor geriatrie. Patiënten die je oprecht dankjewel zeggen omdat je voor hen iets betekend hebt, dat raakt me nog altijd.”
Hing het van Lotte af, dan zou Mona morgen mogen starten op de afdeling. “Ze gaat heel spontaan en warm met patiënten om. Ze stelt de juiste vragen en is attent. Ook de communicatie met de rest van het team is goed. Ze neemt initiatief en leert graag bij.” En Mona zelf? “Ik zou ook meteen ja zeggen. Maar ik heb nog twee jaar studie voor de boeg en wil nog graag meer kennis en ervaring opdoen.”
Welke tip heeft ze voor toekomstige stagiairs? Mona: “Als je hier terechtkomt, mag je zeker zijn dat je je horizon verruimt en dat je goed begeleid wordt. Het onthaal van studenten is prima geregeld. Vandaag hadden we bijvoorbeeld een meet-and-greet met iedereen die hier stage loopt. We kregen uitleg over het ziekenhuis en een interessante rondleiding achter de schermen.”
Heeft ze nog een laatste wens, zo aan het einde van haar stage? “Slagen voor mijn examens. En nog een hoop bijleren.” Veel kans dat het allebei lukt.