ERCP
Wat is ERCP?
ERCP staat voor “Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie”, m.a.w. dit onderzoek laat toe de afvoerwegen van de lever, de galblaas en de alvleesklier te onderzoeken en eventuele afwijkingen te behandelen.
Waarom een ERCP?
Geelzucht (gele verkleuring van de huid en de ogen) met eenvermoeden van een vernauwing van de galweg. Galkolieken ten gevolge van de aanwezigheid van stenen in de hoofdgalweg.
Ontsteking van de alvleesklier.
De aanwezigheid van stenen in of vernauwingen van het alvleesklierkanaal.
Voor het onderzoek dien je nuchter te zijn. Dit betekent dat je vast voedsel tot zes uur voor het onderzoek mag eten, en heldere dranken tot drie uur ervoor kunt drinken. Heldere dranken zijn bijvoorbeeld water, appelsap zonder pulp, thee en koffie zonder melk. Bloedverdunnende medicatie moet vooraf worden gestopt; sommige middelen dienen twee dagen van tevoren te worden gestopt, andere zeven tot tien dagen. Als je bloedverdunnende medicatie via een injectie in de buik krijgt, meld dit dan vooraf aan de arts, want deze medicatie moet 24 uur voor het onderzoek worden gestopt.
Informeer de arts over welke ochtendmedicatie je gebruikt, zodat kan worden besproken of deze op de dag van het onderzoek ingenomen mag worden. Gebruik je medicatie voor diabetes, zoals insuline, geef dit dan door aan je behandelend arts, omdat de dosis mogelijk aangepast moet worden. Meld ook altijd eventuele bekende allergieën en de aanwezigheid van een pacemaker of defibrillator, zodat er tijdig een afspraak bij de cardioloog kan worden gemaakt om deze apparaten uit- en aan te zetten.
Voor een ERCP wordt vooraf bloed onderzocht om de stolling te controleren. Als deze stollingstesten afwijkend zijn, kan het onderzoek om veiligheidsredenen die dag niet doorgaan. Soms worden antibiotica toegediend voor en na het onderzoek. Als je bloedverdunnende medicatie gebruikt, is het belangrijk dit vooraf aan de arts te melden.
Meld je aan via één van onze inschrijvingskiosken in de centrale inkomhal, net naast de onthaalbalie. Breng zeker je identiteitskaart mee.
De opnamebediende bereidt je opnamedossier voor en verwijst je verder door naar de verpleegafdeling waar men je zal voorbereiden voor je onderzoek.
Op de verpleegafdeling:
Je krijgt een operatieschortje aangeboden.
Er wordt een bloedname verricht (indien er geen recente bloedname uitgevoerd werd) om de stolling van het bloed te controleren.
Er wordt een infuus geplaatst, bij voorkeur in een ader van de rechter arm.
Je dient je eventueel aanwezige tandprothese, bril, juwelen en piercings (tongpiercing!) te verwijderen
Allereerst brengt een medewerker van de dienst patiëntentransport je in je bed naar het onderzoekslokaal. Vervolgens installeert de verpleegkundige je op de röntgentafel. Daarna wordt de ERCP uitgevoerd onder sedo-analgesie, ook wel “conscious sedation” genoemd, waarbij via het infuus slaapverwekkende medicatie samen met pijnstilling wordt toegediend, of onder algemene narcose. Vervolgens plaatst de verpleegkundige een klein mondstukje in je mond. Hierna wordt via dit mondstukje de endoscoop ingebracht, die via de maag wordt opgevoerd tot aan de papil van Vater. Deze papil vormt de uitmonding van de afvoerwegen van de lever, de galwegen, en van de pancreas, de alvleesklier.
Vervolgens brengt de arts via de endoscoop een dunne plastic katheter in de papil van Vater aan. Deze katheter maakt het mogelijk om röntgencontraststof in de galweg en het pancreaskanaal in te spuiten, zodat deze zichtbaar worden op een RX. Vaak is het daarnaast nodig om tijdens het onderzoek een behandeling uit te voeren, bijvoorbeeld om galstenen te verwijderen of een buisje in de galweg of het alvleesklierkanaal aan te brengen. In dat geval opent de arts de papil van Vater met elektrische stroom, een ingreep die papillotomie wordt genoemd. Tegelijkertijd plakt de verpleegkundige een aardingsplaatje op je been.
Na het onderzoek legt de verpleegkundige je weer in je bed en brengt een medewerker van de dienst patiëntentransport je terug naar de afdeling, waar je verder kunt uitrusten. Het onderzoek duurt doorgaans 30 tot 45 minuten, maar in zeldzame gevallen kan het, afhankelijk van de moeilijkheid van de behandeling, tot 60 minuten duren.
Ongeveer 8% van de patiënten krijgt na een ERCP een complicatie. Soms kan er een bloeding optreden wanneer de arts de papil van Vater opent. Ook kan de alvleesklier kort na het onderzoek ontstoken raken, wat hevige buikpijn kan geven. In dat geval blijf je nuchter, krijg je pijnstillers en vocht via een infuus.
Een andere zeldzamere complicatie is een gaatje in de dunne darm (perforatie) door het openleggen van de papil van Vater. Dit kan buikpijn en koorts veroorzaken. Als dit gebeurt, blijf je minstens zeven dagen nuchter, krijg je antibiotica en kunstvoeding via het infuus, en soms is een operatie nodig om het te herstellen.
Na het onderzoek ontwaak je meestal op de recovery van het operatiekwartier. Daarna zal de verpleging van de verblijfsafdeling regelmatig je pols, temperatuur en bloeddruk controleren. Het is normaal dat je keel geïrriteerd aanvoelt en dat je een opgeblazen gevoel hebt door de lucht die tijdens het onderzoek is ingeblazen. Daarnaast kunnen misselijkheid en lichte buikpijn voorkomen.
De ochtend na het onderzoek mag je water drinken en eventueel een lichte maaltijd, zoals brood eten, mits er geen tekenen van bloeding of hevige buikpijn zijn, (felle buikpijn, een versnelde pols of een lage bloeddruk).Dit wordt door de verantwoordelijke zaalarts beoordeeld. Deze arts zal na het onderzoek bij je langskomen op de kamer om te controleren hoe het met je gaat.
De eerste 24 uur na het onderzoek mag je geen voertuigen besturen, zoals een auto, motor of fiets, en ook geen machines bedienen. Probeer in deze periode zoveel mogelijk te rusten en beperk je activiteiten tot lichte bezigheden. Wees voorzichtig bij het wandelen of het gebruik van trappen. Ook is het verstandig om de eerste twee dagen geen alcohol te drinken.
Neem gedurende de eerste 24 uur geen belangrijke beslissingen en stel deze bij voorkeur uit. Gebruik in deze periode ook geen andere medicatie dan die door de arts van het ziekenhuis of door je huisarts is voorgeschreven. Tot drie weken na het onderzoek mag je geen bloedverdunners of pijnstillers, zoals aspirine of NSAID’s, gebruiken, tenzij je behandelend maagdarmspecialist iets anders heeft aangegeven.
De resultaten van het onderzoek worden besproken met je behandelend
geneesheer.
Je kan de volledige patiëntenbrochure raadplegen en downloaden via de pagina van gastro-enterologie.
Verantwoordelijke artsen

Willem Van Vaerenbergh
Gastro-enterologie (maag-, darm- en leverziekten), Oncologie
Digestieve oncologie, inflammatoire darmziekten, therapeutische endoscopie, echo-endoscopie, ERCP, diensthoofd maag-, darm-, leverziekten, inwendige ziekten

Carlos Van der Perre
Gastro-enterologie (maag-, darm- en leverziekten)
Inflammatoire darmziekten, leverziekten, proctologie, therapeutische endoscopie, ERCP, verantwoordelijke endoscopieafdeling

Hélène Poels
Gastro-enterologie (maag-, darm- en leverziekten), Stoma, Pancreaskanker, Oncologie
Digestieve oncologie, therapeutische endoscopie, consulent digestieve oncologie UZ Leuven





